|
De heenreis
Donderdag - regendag
|
|
|
Autostrade : thuis * Gent * Lille * Laon Daarna de kleine wegen : Laon * Fismes * Pourcy * Verzy * Verzenay * Verzy * St Imoges * Châtillon-s-Marne * Montmort Lucy * Sézanne * Anglure * D440 en D52 * Méry-s-Seine * D20 * Troyes
|
|

|
Klokslag 5 uur sta ik op. De motor staat klaar in de garage zodat ik tijd heb om rustig wakker te worden en de laatste zaken in te pakken.
Ik ben verheugd want het heeft niet geregend, de baan ligt zelfs droog ( ze hadden slechter voorspeld).
Om 6 uur vertrek ik en het vrouwke neemt de ondertussen traditioneel geworden vertrekfoto.
|
|

|
Ook dit jaar rijd ik alleen, alhoewel... Truus is weer mee... zo noem ik mijn GPS, omdat een Hollandse vrouwenstem mij de instructies voor onderweg geeft. Vooraf heb ik de hele rit uitgetekend op mijn computer, dit bestand wordt dan ingeladen in de GPS.
Reeds om 10 voor 7 passeer ik de eenzame douanehokjes. ‘t Is drukker dan ik verwacht had, geregeld dwingen twee rijen vrachtwagens me op het derde rijvak.
Truus leidt me feilloos langs Lille. Ze heeft het wel voortdurend over : over 500 m rechts aanhouden, over 300 m links aanhouden, over 150 m rechts aanhouden... Ik denk, mens, zwijg al nekeer, ‘t is nog maar net zeven uur gepasseerd...!
|
|

|
Dit jaar een andere motor : een Pan 1100.
Vroeger reed ik met een Deauville naar Normandië en de Vogezen. Ook deze tocht is perfect te rijden met een lichtere motor. Als je een beginnende liefhebber bent met lichter materiaal, laat je dan zeker niet afschrikken om deze fijne tocht aan te vatten.
Onderweg geniet ik van de glooiende velden van Picardië. De péage kost me 3.80 €
|
|

|
Vanop een 180 m hoge heuveltop wenkt Laon.
De vroeggotische kathedraal Notre-Dame werd tussen 1155 en 1235 gebouwd.
|
|

|
Een beetje verderop kan ik genieten van dit prachtig uitzicht. Vele senioren worden met bussen aangevoerd.
Ik babbel even met een Engelse Panner die me zonder te vragen helpt bij het parkeren van mijn 320 kg wegend voertuig. Indien nodig zou hij het hele verkeer stil gelegd hebben.
|
|

|
Na een koffietje, vertrek ik om 10.10 uur naar Fismes. Het is nu rustig rijden en de brede bochten zorgen voor afwisseling.
Na Fismes wordt het wat drukker, maar ook de D386 is een mooie baan
Onderweg liggen een Duits en Engels kerkhof broederlijk naast elkaar.
|
|

|
In Serzy-et-Prin proberen de eerste Champagnehuizen te verleiden tot proeverij.
Ik weersta de lokroep en zal eigenlijk geen druppel Champagne drinken op de hele reis.
|
|

|
Net voorbij Sarcy zie ik in de verte de Montagne de Reims. Straks zal ik door het Forêt mijn weg vervolgen
De montagne bevat 6000 ha wijnranken..
|
|

|
Langs de D22 en de D26 vervolg ik mijn weg naar Verzenay. Deze wegen zijn ook opgenomen in de “Route Touristique”.
|
|

|
De windmolen in Verzenay werd gebouwd in 1820 op de Mont Boeuf Drie molenaars deden er hun werk, tot in 1901.
Sinds 1972 is de molen in handen van het champagnehuis Mumm; de firma ontvangt er haar belangrijke klanten.
Hier eet ik een broodje en drink ik wat cola. Ik doe dit rechtstaand, met de helm nog op. Er staat immers een gure wind en het begint zelfs wat te regenen.
|
|

|
Ik vervolg mijn weg en zie dra Hautvillers, het geboortedorp van Dom Pérignon (1638-1715). Hij was een benedictijnermonnik die per toeval de 'belletjes' in de wijn heeft ontdekt. (zo wordt door velen verteld, en door anderen weer in twijfel getrokken)
Het is alleszins een mooi plaatsje en dat is het wat telt voor mij.
|
|
|
In Verzy zet ik de moto even aan de kant om nog een koffietje te drinken. Wanneer ik me beklaag over het weer, blijk ik met de eigenaar de filosoof van het dorp te hebben getroffen. “L’eau, c’est la vie.” Voila, zeg daar maar eens iets op.
In zijn bar behoort stof evenzeer tot “la vie”.
|
|

|
Tribaut in Rémery. Deze kennen we hé nonkel Luc, ik rijd er enkele kilometertjes voor rond.
|
|

|
Net voorbij Damery trekt dit optrekje mijn aandacht.
Na opzoekwerk thuis, vermoed ik dat het het Château van Boursault is; dat is door Madame Veuve Clicquot in 1843 opgetrokken.
|
|

|
Ondertussen blijft het regenen, mijn vest, mijn mouwen en handschoenen worden al goed nat. Mijn panneken laat niets meer vermoeden van het poetswerk dat gebeurde.
Ik vervolg mijn weg zuidwaarts via de D23; die doorkruist enkele charmante dorpjes.
|
|

|
Later komt de D28 aan de beurt. Die loopt vaak kaarsrecht, onder meer door het ‘Foret d’ Enghien’. Bij het nemen van deze foto hoor ik verschillende vogels elkaar verwittigen van mijn komst. Ik herken enkel de koekoek.
Ook Truis verraadt geen enkele bocht.
|
|

|
De D951 loopt langs enorm grote velden, ik bol vaker langs zulke velden dan dat ik wijnranken zie.
Voorbij Sezanne volg ik de D373 naar Anglure.
|
|

|
Daarna volgt weer het kleinere baantjeswerk.
Ik volg de Aube en kom op enkele mooie plaatsjes.
In Clesles neem ik deze foto’s van het Canal Du Haut. Ondertussen is het gedaan met lichtjes regenen.
Gele irissen en gele waterlelies overal, dit moet een fantastisch schouwspel geven wanneer de bloemen al wat verder openstaan en de zon de gele kleur doet opleven.
|
|
Ik passeer mooie dorpjes met fraaie kerken. Maar het valt me op dat er ook meerdere gedrochten van torens te zien zijn. Wegens de regen heb ik geen zin om te stoppen en te fotograferen.
Het lijkt wel alsof ze de gekste dorpsfiguur probeerden te verzuipen in een vat champagne. En toen dat niet lukte, hebben ze die als straf de toren op de kerk laten ontwerpen... én laten bouwen.
|
|

|
En zo komen we in Troyes. Truus begeleidt me feilloos naar het centrum, waar ik deze motoparking vind in de Rue Claude Huez. Het straatje ligt vlakbij ‘Les Halles’ en de Fnac.
Ik hoop in Troyes een beetje op temperatuur te komen bij een warme kop soep. Maar dat kennen ze hier niet. Pannekoeken en wafels zo veel ik wil en ... godbetert... ijskreem !! Ik hou het dan maar op een warme chocomelk en die doet heel veel deugd.
|
|
|
Daarna vervolg ik mijn weg naar mijn eerste overnachtingsplaats. De zon en de regen zijn een smet voor het mooie landschap. Het is alsof ik door een mooi museum wandel, weet dat de schilderijen fantastisch zijn, maar de zaalwachters hebben de lichten niet doen branden.
|
|
|
Mijn eerste chambres et tables d’hôtes is : Les Epis d’Or Serge et Nicole Bouvron 36 Rue Bas 10220 Bouy-Luxembourg tel : 0033 3 25 46 31 67
earl.bouvron@wanadoo.fr www.lesepisdor.com
Nacht voor één persoon : 32 € Avondeten 16 €
|
|

|
De duidelijk van het leven genietende landbouwer verwelkomt me hartelijk. Ik mag de motor in een hangar plaatsen. De kamer is proper, maar niet klinisch proper. Er hangt ook een vochtgeurtje, maar dat verdwijnt snel als ik het raam open zet. Ik mag ook mijn jas en handschoenen afgeven om ze bij de verwarmingsketel te drogen te hangen. Een hele opluchting want er is niets zo erg als de dag beginnen in natte kleren.
Leven als God in Frankrijk ?? Ik voelde me vandaag verdikke een verzopen kieken !!
|
|
de foto hierboven is de volgende morgen genomen
|
De boer stelt me voor aan een koppel dat in het Antwerpse woont. Zij schenken me een groot glas cider en na een babbeltje voel ik me al wat opgewarmd.
Ik liet me overhalen om toch mee te eten die avond en daar had ik geen spijt van : ‘t was lekker en gezellig.
Ik kom te weten dat het dorpje slechts 146 zielen telt, een eigen burgemeester en brandweerkorps heeft.
De boerin komt ondertussen thuis van de fitnessles : de ongeveer 60- jarige dame staat scherp en straalt krachtdadigheid uit.
Een aperitiefje, een stukje hoofdvlees en paté, varkenslapje met bonen, kaasschoteltje, chocolademousse en nog een pousse van eau de vie met mirabelles als afsluiter.
En zo werd dit verzopen kieken toch nog een beetje bourgondiër die dag.
Om 10 uur kruip ik vermoeid in bed. Maar eerst verneem ik nog goed nieuws via SMS : Simon is papa geworden van Han.
|