|
|
De
route des Vins (gedeeltelijk)
|
|

|
s Morgens ben ik vroeg uit de veren. Om kwart over 8 is de
motor reeds gepakt. Het ontbijt is zeer verzorgd; het buffet is
uitgebreid.
Mark neemt afscheid met de woorden : Wij danken u voor uw
investering in onze zaak. Het is een afsluiter die bij zijn humor
past.
Mijn Deauvilleken is de eerste motor die die morgen wegbolt... maar
waarschijnlijk zal hij die dag wel het minste aantal kilometers bollen.
|
|
|
Bussang - Willer sur
Thur - Goldbach - Col Amic - Vieil Armand - Wattwiller - Guebwiller -
Eguisheim - Colmar - Eguisheim
116 km
Ik volg in zekere zin de Route des Vins, maar tekende thuis zelf een
traject uit, waarbij vaak kleinere wegen gevolgd worden. Soms te
klein, zoals zou blijken. Ik laat de GPS-route zo staan.
Wie de route wil narijden en niet houdt van te kleine straatjes, kan
gewoon de bruin-witte borden langs de straatkant volgen.
|
|

|
De afdaling naar Urbes is breed en bochtig. Mijn bewegingen
lijken wel op lichte ochtendgymnastiek.
In Urbes blikken we nog even achterom naar de Col de Bussang.
Na Fellering volgt een wat saaier stuk.
De beklimming van Willer sur Thur naar de Col Amic is ronduit prachtig.
|
|

|
Vanop de col hebben we een prachtig zicht op de vallei van Guebwiller.
Het oorspronkelijke plan om langs het kleine baantje naar Soulz af te
dalen, wordt herzien. Het baantje ligt er slecht bij en
wielertoeristen raden me af het te gebruiken omdat het vol putten ligt.
Daarom rijden we een stukje uit de tocht van gisteren opnieuw.
Na de Vieil Armand slaan we links af (D5 iii) naar Wattwiller... een
zalig baantje. Het GPS bestand is zodanig aangepast.
|
|

|
In Guebwiller stap ik af om zonnecreme en Voltaren te kopen. Net als
vorig jaar doet mijn schouder geregeld pijn. Hele dagen met de computer
werken en dan nog eens dezelfde houding aannemen in de vrije tijd is wat
veel van het goede. Het is hier goed warm en mijn gezicht vraagt om
bescherming. En in een vierkantje verbranden (k heb meestal mijn
helm op) is ook geen zicht.
Guebwiller heeft een aangename winkelstraat en leuke terrasjes; ik
drink er nog een koffietje en vertrek weer
|
|

|
Ik rijd onder meer door Orschwihr en Westhalten. Hier kom ik wel op te
kleine wegen terecht. Ik mocht er eigenlijk niet rijden (enkel fietsers
en aangelanden... ik tuf er tegen fietssnelheid toch maar door en
gelukkig waren er geen dienaars van de wet in de buurt.)
Ik kom ongewild in St-Marc terecht en word met een prachtige afdaling
naar Gueberschwihr beloond. Net voor het dorp, direct achter het
kerkhof links afslaan naar Voegtlinshofen... hier is de foto genomen.
Al deze dorpjes zijn klein, verzorgd en authentiek...
In het westen van het dorp zie ik de Donjons van Eguisheim. Ik
probeer langs die kant het dorp te verlaten, maar dat lukt niet.
|
|
|
Ik vraag Truus me te begeleiden naar mijn volgende overnachtingsplaats
in Eguisheim. Ook nu gebeurt dit feilloos.
Ik ga het materiaal dat ik niet nodig heb reeds op mijn kamer plaatsen,
dan kan ik Colmar bezoeken en mijn zware motorjas in de topkoffer
achterlaten. Het is trouwens enorm warm.
|
|

|
Ik koos ervoor om vandaag niet teveel kilometers te rijden en zeker
ook eens Colmar te bezoeken.
Ik eet er een broodje en maak een wandeling door het centrum van de stad.
Ik neem ook een foto van Petite Venise; een foto die honderdduizenden
voor mij namen en honderdduizenden na mijn nog zullen nemen.
|
|

|

|

|
|

|
Ik zie ook deze man op het voetpad voorbijrijden.
Het duurde eventjes voor ik het doorhad en dan ben ik hem achterna
gespurt. Hier moest ik een foto van hebben.
Deze ruitenwasser tuft door de straten met een emmer water, zijn
laddertjes en de andere benodigdheden. Ik vind het fantastisch.
|
|
|
|
|
|
Ik rijd weer naar Eguisheim.
Ik mag ook hier de motor in de garage stallen.
Ik stroop mijn kleren die aan mijn lijf plakken uit en neem een
douche. Nadat ik me afdroogde moest ik nog maar eens in de
douche... verschrikkelijk heet... ik besefte toen nog altijd niet dat we
meer dan 33 graden haalden die dagen.
|
|
|
Ik ga naar wijnbouwer Gruss. Vriend Luc vroeg me de groeten over te
maken. In het begin verliep dit gesprek nogal raar, want de vrouw des
huizes kende Luc niet en de mannen waren op het veld.
Ik mocht wel enkele lekkere wijntjes proeven. Hun Riesling 2003 was
hemels (of kwam dat toch door de warmte ?) maar tja, op de moto kan ik
geen flessen meenemen.
Na een tijdje denk ik eraan dat er nog een foto van Luc op mijn digitaal
fototoestel staat. Ik laat die zien, mevrouw is enthousiast Luc te
herkennen en vraagt onmiddelijk of ik nog iets wil proeven.
|
|

|
Ik vroeg aan mijn gastheer en aan mevrouw Gruss welke restaurants zij
aanraden. Zij noemen volgende namen (van duur naar goedkoop) :
Aux Vieux Porsche, Auberge des Trois Chateaux en A la Ville de Nancy. Voor
mij viel die Porsche er direct af, t was zeker niet overdreven
duur, maar toch wel een restaurant waar ik dan liever met de vrouw eens
zou langskomen.
Al deze restaurants liggen op wandelafstand van elkaar. Eguisheim
is overigens niet groot, maar wel heel gezellig.
Ik kies uiteindelijk voor A la Ville de Nancy want daar was
een menu voor 15 € met forel als hoofdgerecht... en daar had ik wel zin
in.
Ik begon met een salade, dan de overheerlijke forel en dan een fijne
sorbet, 3 bollen, 3 smaken. Een eerlijk menu voor een eerlijke prijs.
|
|

|
Wat bedoeld was als een avondje rustig eten en een flesje wijn
drinken, verliep wel wat anders.
Een habitué komt de zaak binnen en vraagt of het niet derangeert
dat hij bij mij komt zitten. Tuurlijk niet.
Hij is een vertegenwoordiger in opleiding en komt uit de Jura.
Toen ons opviel dat we beiden een fles van Gruss dronken (ik weer een
Riesling en hij een Tokay Pinot Gris) goten we gelijktijdig en zonder
erover te praten elkaar een glas uit om te vergelijken.
Geregeld kwam ook de patron erbij, want die twee kenden elkaar al vrij
goed.
Ik bestel me een Marc de Gewurztraminer. Die vind ik heel lekker, hij
heeft niet dat harde dat vele Marcs in zich hebben.
Wat later vinden ze dat ik zeker Fleur de Bierre eens moest
geproefd hebben. Een vrij zoet drankje, maar ook weer lekker.
|
|

|
Na nog een tijdje wil de andere klant me trakteren op iets heel
speciaals : een Friesengeist. Ook de patron vindt dat ik dit zeker
eens moet geproefd hebben.
De andere klanten echter draaien zich om, gniffelen wat en kijken
belangstellend toe.
Ik vraag me dus af of die nu goed met mijn voeten aan het spelen zijn of
niet. En dan komt hij af, het glas in een houten klompje, de drank
brandend.
Ik blijf er maar naar kijken, uiteindelijk dooft de patron toch het vuur
(t zou zonde zijn geweest als alles opbrandde).
Dan moest ik met mijn tong lang de rand likken, anders zouden mijn lippen
verbranden.
In twee keer giet ik het goedje binnen, eigenlijk moet dat in één keer.
Je drinkt dus eerst warme, dan lauwe en uiteindelijk zeer koude likeur, t
is zeker ook lekker en alleszins speciaal.
|
|
|
Ik had reeds beslist (door de warmte en niet door wat hierboven staat)
morgen niet door de wijndorpen te rijden, maar weer de heuvels en de
bossen in te trekken.
De patron is ook een motorrijder en is bereid een nieuwe route voor mij
uit te tekenen op de kaart. En ondanks het late uur zou dat een
heel mooie rit worden.
Kortom : een avondje dat ik niet snel zal vergeten.
|
|

|
Overnachting :
Bombenger Jean-Pierre
8, rue du Bassin
68420 Eguisheim (op wandelafstand van het centrum)
0(033) 3 89 23 13 12
Overnachting en ontbijt : 33 €
Een heel goed adres met eenvoudige, vriendelijke en behulpzame
eigenaars.
|