|
Fontenay en Dijon
Zaterdag - smidjesdag
|
|
|
Morville * Fresnes * Buffon * Montbard * Abbaye de Fontenay Abbaye de Fontenay * Flavigny-s-Ozerain * D10 Gissey - Blaisey Bas * Panges * Dijon Dijon * Chenôve * Gevry-Chambertin * Vougeot * Nuits-St-Georges * Aloxe Corton * Beaune * La Rochepot
195 km
|
|

|
Met dit uitzicht vanop mijn kamer verwelkom ik de zon... een opluchting. Het ontbijt valt een beetje tegen : enkel brood en één enkele soort confituur. In de microgolf opgewarmde koffie... Guy is beslist geen ochtendkok
|
|

|
Ik start de dag met een heerlijke afdaling naar Fresnes. De wind en de zon verjagen de nevel uit het dal. Een inboorling stuift me voorbij want mijn 40 km/u werkt op zijn systeem; ik vind het zalig.
Ik heb nog wat tijd en rijd eerst even naar de 18de eeuwse ‘Forges de Buffon’, pas aangeraden door Guy. Buffon is zowel een plaatsnaam als de naam van een bekend botanicus uit deze streek
|
|

|
Daarna rijd ik terug naar Montbard om het ‘Parc Buffon’ te bezoeken. Een rij platanen verwelkomt me bij de aanvang van de zeer steile klim. Bovenaan word ik beloond met een prachtig, in terrassen aangelegd park en een fijn overzicht over Montbard. Een niet zo jong koppeltje laat trouwfoto’s nemen. De getuige komt me vragen of ik de sleutels van de toiletten heb.
|
|
Ik ben ongeveer kwart voor 10 aan de abdij van Fontenay. Ik word opgenomen in een groep zodat we wat minder moeten betalen. Ik verlaat de groep spoedig, want de gids ratelt aan een stuk door. Het gaat zo vlug dat ik er niets van begrijp en dat de rust die ik hier kwam zoeken totaal verloren gaat.
Bij het aanschuiven vroeg een dame me waar ik vandaan kwam. Zij moest voor de toeristische dienst vandaag 21 mensen interviewen, maar het moesten wel Fransen zijn.
|

|
|

|
Volgens de boekjes is de abdij “een schitterend voorbeeld van pure cisterciënzer kloosterbouw. Het is niet alleen het oudste overgebleven cisterciënzer klooster in Frankrijk, maar ook een van de fraaiste en volledigste in Europa”.
Ik ga op in de rust, geef mijn fototoestel er flink van langs en neem wat nota’s. Ook hier toon ik maar enkele foto’s. Op de fotopagina’s staan er nog meer.
|
|

|

|
|
Smederij nummer twee vandaag.
|
Ik vraag aan een Amerikaanse om deze foto te nemen. Haar “Yeah, sure” snijdt dusdanig door haar neus dat ik gelijk mijn zakdoek neem, maar gelukkig is het niet nodig.
|
|
|
Bij het buitenkomen van de abdij kan je gebruik maken van de zeer verzorgde toiletten. Er is ook een cafetaria; ik verlekkerde me al op een straf koffietje, maar er stonden enkel automaten. De enquêtrice kwam nog even een babbeltje slaan en ik vertrok nog verder zuidwaarts. ‘t Was nog maar goed half twaalf en mijn dag was al geslaagd.
|
|

|
Op de D905 kon ik eens goed doorrijden, maar ik zou al gauw kleinere wegen nemen, de D9 en de D10 naar Alise-St-Reine. Onderweg passeer ik twee koppels op de fiets, dapper klimmend. Een beetje verder nemen we foto’s van elkaar.
Ik rijd Flavigny-s-Ozerain binnen, hoewel het verboden was... “sauf rivérains”. En dat had ik beter niet gedaan, het is er een doolhof van kleine wegen dat je inderdaad beter te voet verkent. Het GPS-bestand is aangepast en blijft nu de D9 volgen.
|
|

|
De D10 (iii) is een zeer smal baantje, maar heel leuk om eens te rijden. Thennissey lijkt me een fraai en authentiek dorpje. De baan zelf flirt met een spoorlijn die er soms net naast, soms een tiental meter lager in het dal ligt.
Even voorbij het Forêt de Pasques word ik tegengehouden door een vriendelijke en welriekende politieagente. Zij stuurt me rond langs Hauteville-lès-Dijon want er is een grote activiteit in Dijon aan de gang : ‘La coupe Moto légende’, duizenden motorliefhebbers komen daar naartoe. En dat zal ik geweten hebben, de volgende kilimeters groet ik naar gewoonte iedere motard die ik tegen kom : ik kon net zo goed met één hand rijden.
|
|

|
Een tijdje later dokker ik Dijon binnen. Nadat ik mijn panneken goed vastgelegd heb, ga ik naar het toeristenbureau waar ik een goeie en gratis plattegrond krijg. Wie zie ik daar staan als ik buitenkom ? De enquêtrice, ze was weggeroepen vanuit Fontenay om hier een groep te begeleiden. Het weerzien was hartelijk en ze gaf snel nog wat tips mee voor mijn bezoek aan Dijon.
foto : op de achtergrond : de St Benigne-kerk.
|
|

|
Langs de ‘Rue de la Liberté’, passeer ik langs ‘Galeries Lafayette’ en Place ‘François Rude’. Onderweg zie ik deze mosterdzaak. Ze verkopen daar ook aarden mosterdpotjes : de prijzen zijn pikanter dan de mosterd die erin kan : 30 euro voor de goedkoopste.
|
|
Zo kom ik in de Rue des Forges. Derde maal dat ik met smederijen te maken krijg vandaag. Ik denk uiteraard meermaals deze dag aan mijn vader, die ook smid was. Het nummer 40 is een pracht van een 13de eeuws huis waaraan een 17de eeuws classisistisch portaal werd toegevoegd. In deze straat bevinden zich nog meer prachtexemplaren.
Een beetje verder kan ik langs dit straatje het ‘Palais des Ducs de Bourgogne’ betreden. De oudste delen dateren van de 14de eeuw.
|
|
|

|
Vooral de ‘Filips de Goede’ toren is ongewoon. Men is volop aan het werk om het plein voor het paleis te verfraaien. Het belooft er heel mooi en ruim te worden. Ik kom ook nog op de ‘Place du Théatre’ en loop dan op goed geluk door de smalle straatjes. Ik zou hier makkelijk uren kunnen blijven.
Op de ‘Place François Rude” drink ik twee koffietjes en hervouw ik mijn Michelin-kaart. Tot groot jolijt van enkele toeristen, want dezen Belge heeft ongeveer het halve terras nodig om de klus geklaard te krijgen.
|
|

|
Dan verlaat ik Dijon om langs de Côte d’Or te rijden. ‘Or’ komt niet van goud, zoals ik had gedacht, maar van Orient. Nu bevind ik me in de streek van de grote ronkende namen en dure wijnen.
Ik herinner me nog de avond toen mijn vrouw haar nonkel Léon een fles Gevry Chambertin ontkurkte : het was voor mij (als niet wijnkenner) de eerste maal dat ik bewust de hoge kwaliteit van zo’n wijn proefde. Het dorpje zelf viel wat tegen, maar het kan even goed zijn dat ik niet de juiste baantjes koos
|
|

|
Het plaatsje Morey Saint-Denis kan mij echter wel bekoren; het ligt hier achter de wijngaard.
|
|

|
Ik verlaat even mijn route, want aan mijn linkerkant bevindt zich het ‘Clos de Vougeot’. Het valt op dat de meeste wijngaarden in deze streek ommuurd zijn. Ook als er geen gebouw op staat.
|
|

|
In Vosne-Romaneé zijn vele wegjes afgesloten. De tijd dringt toch wat en ik laat me afzakken naar de N74 om naar het volgende stadje te rijden
Nuits-St-Georges vind ik een alleraardigst stadje; ik stop er even om weer wat koffie te drinken. Een groep rumoerige Duitsers verstoort de rust, maar het kan de pret niet drukken.
|
|
|
De GPS-route is wat hertekend; ze volgt nu meer de Route des Grands Crûs(D122). Wie de route gebruikt, kan dan afwijken waar hij wil om één of ander van naderbij te bekijken. Zelf had ik iets te weinig tijd. Vermijd evenwel de onaangenaam drukke N74.
|
|
|
Daarna rijd ik langs de D25, en de D2 naar Beaune. De omgeving is hier mooier vind ik, de hellingen steiler. De D2 loopt door het ‘Forêt du Grand Hâ’. Ik zie er nog net de poep van een hert. Ik denk natuurlijk aan hertebout.
Daarna laat ik me leiden door Truus om naar ‘La Rochepot’ te rijden, waar ik de nacht zal doorbrengen in ‘Le relais de la Rochepot’. Ook de D973 rijdt aangenaam.
|
|

|
Deze avond overnacht ik in een hotel, omdat de ongeveer 7 chambres d’hôtes die ik belde, bezet waren. De kamer kost slechts 30 euro, omdat ze geen eigen toilet heeft; wel een douche. In de zaak zijn ook kamers van 45 euro die dan wel een eigen toilet hebben. De uitbater, een jongeman van ongeveer 35 jaar, toont me de kamer. Ze is zeker niet modern, maar netjes en in orde. Goed bed en een douchke; meer heb ik niet nodig.
|
|
|
Douchen is echter voor straks. Ik ben tamelijk vermoeid en dorstig en trek eerst naar de bar. De man heeft Duvel in huis... dus dat was rap beslist. Ik proefde direct dat het flesje ongeveer 1 jaar oud was: heerlijk. Ik vertel het tegen de uitbater en dat Duvel gerust een tijdje mag blijven liggen. Echt interesseren doet het hem niet, maar mij smaakt het Breendonkse vocht er niet minder om. Ik observeer en babbel ook wat met de klanten uit het dorp. Zij drinken witte wijn en wensen er meestal cassis of een frambozensiroop erin... ik blijf het zonde vinden. Het valt me ook op dat men hier heel vaak wijn uit cognacglazen (voor ons althans) drinkt.
|
|
|
Naast de bar heeft de man ook een restaurant: zowel Fransen als toeristen komen er eten. Ik bestel me escargots met witte bourgogne, chardonnay en daarna een steak van het gekende charolais-rund. Als afsluiter een fromageke en een koffietje en we kunnen er weer tegen.
|
|
|
Mijn moto moet op de parking achteraan staan. Na ondermeer het verhaal van Francis ben ik er niet gerust op en probeer nog iets te regelen. Ik haal mijn beste Frans en Engels boven om het geregeld te krijgen dat iemand zijn auto achter mijn moto plaatst, zodat het vrijwel onmogelijk is die er tussenuit te nemen. Een woordje Duits en Chinees ware ook niet slecht geweest, want het waren uiteindelijk vriendelijke Chinezen die in Duitsland woonden die dit voor mij wilden doen.
|
|
|
Om goed te slapen moet een mens niet meer hebben. Ik ben ze zeer dankbaar.
|
|
|
Le Relais du Château La Roche Pot 21340 Nolay 033 3 80 21 71 32 www.relais-du-chateau.com
Kamer : 30 €; ontbijt : 7€; maaltijd incl. wijn: 30€
|